89% van de autobestuurders rijdt met banden met te weinig druk.

62% van de auto’s rijdt zelfs met 0,5 bar minder druk dan de aanbevolen bandendruk* (die gemiddeld 2,5 bar is). De gevolgen van dit rijgedrag zijn zwaar: de bandenspanning is een belangrijke factor bij dodelijke ongelukken op de autosnelweg.

Een band met te weinig druk veroorzaakt een slechte verdeling van de druk op de baan en verandert het contact met het wegdek, dit alles met ernstige gevolgen:

  • een minder goede wegligging (denk zo aan het verlies van grip in een bocht);
  • een langere remafstand op een nat wegdek;
  • een verhoogd risico op een klapband (verhitting van de band).

Om deze risico’s te vermijden, volgen hier 8 preventieve tips, geef ze door aan de automobilisten in uw bedrijf.

8 tips om in alle veiligheid te rijden

  1. Check de bandenspanning, één keer per maand.
    Vandaag wordt de bandenspanning gemiddeld maar één keer per jaar gemeten! Toch verliest een band tot 0,07 bar per maand. De aanbevolen spanning van de autoconstructeurs geldt voor ‘koude’ banden. Koude banden zijn banden die minder dan 3 km met een lage snelheid afgelegd hebben (in het stadsverkeer). Of banden van een voertuig dat meer dan 2 uur stilstaat.
  2. Laat het geheel van band-wiel door een pro checken, als één van de banden meer dan 0,1 bar per maand verliest.
  3. Laat een warme band niet leeglopen.
    Als men de druk van warme banden meet, moet dit cijfer met 0,3 bar verhoogd worden proportioneel aan banden die koud staan.
  4. Pomp de banden niet te veel op.
    Om regelmatig en natuurlijk drukverlies tegen te gaan, wil men soms de banden te veel oppompen. Opgelet, dit vermindert het contact met het wegdek en maakt de flanken rigide. Dat wijzigt het weggedrag van het voertuig en zorgt voor meer slijtage en minder comfort.
  5. Vergeet ook de druk van de reserveband niet te checken.
    Het reservewiel is niet altijd makkelijk bereikbaar. Toch is het noodzakelijk om ook hier regelmatig de druk op te meten. De druk moet overeenstemmen met de hoogste druk aanbevolen voor de voor- en achterwielen, verhoogd met 0,3 bar.
  6. Kijk na of de doppen wel degelijk op de ventielen zitten, op alle wielen.
    Het ventieldopje is onmisbaar voor de waterbestendigheid. Het beschermt het ventiel binnenin tegen schade door vuiltjes en vergemakkelijkt het terug oppompen van de banden.
  7. Voor een band opgepompt met stikstof gelden dezelfde regels als voor een band met zuurstof.
    De rubbermengsels zijn lichtjes duurzamer bij stikstof dan bij zuurstof. Een band met stikstof gaat dus langzamer af, maar vraagt toch ook om regelmatig nazicht. Het oppompen met stikstof is duurder, maar is niet altijd een mirakeloplossing.
  8. Pas het oppompen aan de omstandigheden aan.
    Als men op de autosnelweg of zwaar geladen rijdt, volg dan de raadgevingen van de constructeur op voor het rijden in dergelijke omstandigheden. Verhogen met 0,3 bar als de banden warm zijn.

Te weinig opgepompte banden = extra verbruik = extra vervuiling!

Rijden met 90 km/u en met 1 bar druk minder dan de aanbevolen druk brengt een extra verbruik tot 3% mee! Een te weinig opgepompte band heeft een slechtere drukverdeling op het wegdek. De band heeft minder grip, verslijt sneller, hij vervormt, verhit en vraagt meer energie aan de motor. Hij is dus in elk opzicht extra vervuilend. Alleen al door dit verbruik, verhogen deze banden de CO2-uitstoot met 700 ton per jaar in België. Om die vervuiling goed te maken, moeten 35.000 bomen één jaar lang groeien. De bandenspanning checken, is dus niet alleen goed voor de veiligheid maar ook voor het milieu.
 
* Volgens een meetactie, uitgevoerd door de Bond Beter Leefmilieu en Michelin in september 2007.

Bron:  http://www.cvo-belgium.be