Gratis nummer
0800 93 500
Ma tot vrij - 8u tot 17u30

Wanneer gebruik je welke autolichten?

Het najaar is ingezet. De dagen korten, de temperaturen tuimelen naar omlaag. Aan verveling geen gebrek, want het Belgische weer trakteert ons naar goede gewoonte met allerlei weersomstandigheden. Mysterieuze mist, pittige buien en strakke windvlagen, afgewisseld met dikke wolken en een streepje nazomer.

Vanuit je wagen is het geen lachertje om te schakelen tussen al die wisselvallige weertypes. Wat hebben we zoal in de aanbieding? Dat zijn dimlichten, stadslichten, grootlichten en mistlichten. Je zit erbij en kijkt ernaar. Je rijexamen ligt inmiddels al een tijdje achter jou… Wat nu gedaan?

In deze blogpost frissen we je geheugen op en vertellen we wanneer je welke autolichten aanzet.

 

dimlichten.jpg

Dimlichten

Dimlichten, ook wel kruislichten, gebruiken we het vaakst in het verkeer. Je zet hierbij zowel de koplampen, achterlichten als kentekenplaatverlichting aan. Je schakelt deze lichten in van valavond tot zonsopgang. Of overdag als je zicht beperkt wordt tot 200 meter door regen, hagel of sneeuw. Dimlichten hebben een reikwijdte van ongeveer 30 meter en zorgen ervoor dat tegenliggers niet verblind worden. Als je de zogenaamde kruislichten hebt geactiveerd, verschijnt bijgaand symbool op je dashboard.

stadslichten.jpg

Stadslichten

Parkeer je buiten de bebouwde kom of op de rijbaan? Maak je dan zichtbaar voor andere bestuurders. Dat doe je door je stadslichten aan te zetten, oftewel de achterlichten, kentekenplaatverlichting en twee kleine lampjes vooraan. Je herkent de stadslichten aan bijgevoegd icoontje.

grootlichten.jpg

Grootlichten

Is er ‘s nachts weinig of geen verlichting aanwezig? Zie je echt geen steek? En is er in de verste verte geen andere bestuurder te bespeuren? Doe dan een beroep op je grootlichten. Deze verstralers verlichten de weg tot maar liefst 100 meter. Opgelet: grootlichten kunnen tegenliggers verblinden. Gebruik ze dus doordacht en enkel in uitzonderlijke situaties. 

mistlichten.jpg

Mistlichten

Last but not least: de mistlichten. En de benaming zegt het zelf. Mistlichten gebruik je enkel en alleen om in een mistbank zichtbaar te zijn. De mistachterlichten switch je dan weer aan bij mist of sneeuwval als het zicht minder is dan 50 meter. Als je mistlichten actief zijn, verschijnt bijgaand icoontje op je dashboard. Gebruik je deze lampen verkeerd? Dan staat de politie al snel met een boete te zwaaien.

Zoveel weersomstandigheden, zoveel lichtstanden

Je leest het, elke weersomstandigheid vraagt om een specifieke lichtstand. Valt de duisternis of rij je in herfstachtige taferelen zoals regen, sneeuw of hagel? Zet dan altijd je dimlichten aan. Die branden eigenlijk het vaakst. De andere lampen zoals stadslichten, grootlichten en mistlichten gebruik je enkel in uitzonderlijke situaties. Een verwittigd chauffeur is er twee waard.